header-1

Familie

In den beginne…


De familie ter Kuile is een van de bekende textielfamilies uit Twente. Zij mocht zich op het hoogtepunt van de textielindustrie in Twente tot de ‘textielbaronnen’ rekenen. Toch begon het zo’n vier eeuwen geleden allemaal heel anders. Met noeste arbeid op het platteland door onze oudste voorouder, een man die niet eens ter Kuile heette, noch uit Nederland kwam.


Hij heette Herman Besselinck en werd rond 1595 geboren in Pruisen (nu Duitsland) nabij het dorpje Alstätte gelegen aan de grens met Twente. Tussen de landsgrens en Alstätte in lag het erf ‘Besseler’ waar zijn ouders, het echtpaar Besselinck, woonde samen met hun vier zonen. Herman was de derde zoon in dit gezin. In die tijd was het gebruikelijk dat alleen de oudste zoon het erf van vader zou erven. Dit betekende dat Herman en zijn andere broers op zoek moesten naar een nieuwe toekomst. Vele jongelingen uit Pruisen trokken de grens over naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dat toen zijn Gouden Eeuw beleefde. Zo ook Herman en zijn jongste broer Hendrik. Hendrik ging naar Enschede waar hij koopman werd en Herman trok, vermoedelijk  tussen 1611 en 1613, naar ‘t Buurse in het Twentse platteland, gelegen tussen Haaksbergen en de grens.


Het Buurse was een zogenoemde marke. Het Twentse land was opgedeeld in 60 marken. Een marke was een gebied bestaande uit gemeenschappelijke grond (het bos, de weidegronden en de heide), dat werd beheerd door een soort vereniging van eigenaren (boeren). Op de weide werd groot vee gehouden en op de heide stonden schapen en bijenkassen. De (landbouw)akkers op de erven waren privé eigendom van de boeren. 
Niet elke boer had evenveel rechten in de marke. Alleen boeren met een ‘gewaard’ erf of ‘half’ erf hadden hun ‘waarde’ in de marke: een evenredig recht om vee te houden en heideplaggen te steken. Ook mochten alleen deze erven zich vertegenwoordigen bij de jaarlijkse markevergadering: een höltink. Op deze bijeenkomst werd bijvoorbeeld vergaderd over de bosstand, de aanpoot van telgen, over de rechten van schapen-en varkensdrift, over het onderhoud van beek, brug en weg. Alles werd vastgelegd in het markeboek.
De boeren die geen inspraak hadden in de marke, waren diegenen die woonden in een zogenoemde kotterstede. Dit was een hutachtige boerderij die samen met een stukje landbouwgrond het erf vormde oftewel de kottersplaats.


Er heerste dus een bepaalde rangorde op het platteland van Twente. En als nieuwkomer stond je helemaal onderaan de ladder. Ook mocht niemand zich zonder toestemming van het markebestuur in de marke vestigen. Heel af en toe werd een nieuweling toegelaten.


Dit gold ook voor onze voorouder Herman. Als buitenlander kreeg hij toch toestemming van het Buurse bestuur om zich te vestigen in de marke. In het Buurse lagen zo’n 23 erven. Herman ging naar een kotterstede genaamd ‘de Kuhle’. Deze behoorde toe aan boer Kuilman.

 

Deze kottersplaats werd in de volksmond de ‘Kuhlboer’ genoemd wat later uit het Twents vertaald  de ‘Koelboer’ zou heten. Hier mocht Herman gaan werken.

 

>> Klik hier voor "Het ontstaan van de ter Kuile familie".<<

 

Met dank aan Quirine Gallandat Huet